1 minute read

Een van de dingen die je als BI-professional altijd doet, is rommel opruimen. Hoe langer ik in het vak zit, hoe belangrijker ik dat ben gaan vinden. Oude proof-of-concepts. Tabellen die toch net niet zo gestructureerd waren opgezet als gehoopt. Nieuwe, mooie visuals die achteraf niet de aandacht trokken die je verwachtte.

En dan zit er maar één ding op: opruimen.

Waarom aandachtig? Omdat opruimen zelden gedachteloos gebeurt. Je loopt gestructureerd door alle lagen heen. Houdt alles nog eens tegen het licht. Kijkt wat weg kan — en waarom. Het is een soort zolderopruiming. En net als bij een echte zolder merk ik dat ik tijdens het opruimen ideeën krijg.

Technieken die bij nader inzien eigenlijk best intelligent zijn opgezet. Een visual die misschien geen succes was, maar wél een helder verhaal vertelt. Een layout die anders is dan wat ik normaal doe, maar toch verrassend goed werkt.

Ik dacht daaraan toen ik weer eens het ontstaansverhaal van penicilline zag. Het bekende verhaal van wetenschappers die per ongeluk ontdekten dat een schimmel bacteriën doodt. Maar interessanter vind ik wat daaraan voorafging. Ze waren iets anders van plan. Het leven kwam ertussen. Het experiment mislukte. En toen moest er worden opgeruimd.

Ondanks de teleurstelling — en misschien zelfs irritatie — bleef Fleming tijdens het schoonmaken scherp genoeg om te blijven kijken. Om te blijven observeren. Om zich af te vragen wat hier eigenlijk gebeurde.

Misschien is dat het verschil. Ook als iets mislukt, niet meteen mentaal afsluiten. Blijven kijken of er toch nog iets in zit.

Wie weet liggen er nog juweeltjes in de kelder van je datawarehouse — of je portfolio. Als je maar kijkt.